


Een nar (ook: hofnar) is van oorsprong de grappenmaker aan het hof van een vorst of bij een rederijkerskamer. De nar ging vaak gekleed in een speciaal voor hem gemaakt pak, vaak voorzien van bellen, de zogenaamde narrenbellen. Soms droeg hij ook een staf bij zich. Hij mocht zeggen wat hij wilde, vaak tegen de heersende opvattingen in, zonder dat hij daarvoor gestraft werd. De nar werd gezien als staande onderaan de sociale ladder, maar stond door zijn privileges boven iedereen.
